Testgroep NF-5 KLu

tgnf-5

Op 5 maart 1969 rolde de K-3001 uit de productiehal van de fabriek in Canada, waarna op 11 april 1969 het luchtwaardigheidsbewijs werd verkregen.
Op 15 april werd naar Edwards AFB gevlogen alwaar na uitgebreide beproevingen het ‘flightmanual’, het handboek van de NF-5 werd samengesteld.
Door de specifieke eisen van de KLu was de NF-5 op geen enkele wijze meer te vergelijken met het standaardontwerp.
Op 12 punten week de NF-5 af van de oorspronkelijke F-5 en werd eigenlijk het prototype voor een nieuwe generatie. De belangrijkste punten waren wel de versterkte vleugel met speciale flaps.
Ook 275 US Gallon tanks, sterkere motoren, een vanghaak en een neuswiel dat in twee standen kon worden versteld verschilden van het oorspronkelijke F-5 ontwerp.
Na een uitgebreid evaluatieprogramma werd de K-3001 op 29 juli 1971 op de Vliegbasis Twenthe afgeleverd.

Omdat de Koninklijke Luchtmacht de enige gebruiker van dit bijzondere vliegtuig was konden geen fabrieksmodificaties meer uitgevoerd worden en moest het evaluatieprogramma in eigen beheer voortgezet worden. Het ontwikkelen, aanbrengen en uittesten van veranderingen aan de NF-5 dienden in eigen beheer te geschieden.
Daartoe werd op 19 september 1971 de Testgroep Vliegtuigbeproevingen opgericht. Met als taak, het voorbereiden en uitvoeren van testvluchten, met alle daartoe behorende werkzaamheden. Zo werd het flight-test-instrumentationsystem in het vliegtuig doorontwikkeld, waar in Canada als eerste NF-5 een begin mee was gemaakt. De ruimte van de boordkannonen en munitieboxen werden hiertoe benut. Gedurende het bestaan van de “Testgroep K-3001” werd het instumentatiesysteem steeds meer uitgebreid en geperfectioneerd.

Het Nationaal Lucht en Ruimtevaardlaboratorium, (NLR) was zeer nauw betrokken bij de testvluchten en had meestal de supervisie over de verschillende testprogramma’s, waardoor het een geweldige expertische kreeg over de NF-5. Zelfs Canada en Noorwegen vroegen hoe ‘fluttertesten’werden uitgevoerd. Fluttertesten zijn metingen waarbij het uitdempen van trillingen in de vliegtuigconstructie worden bemeten. Daartoe waren in vleugel talloze z.g. rekstroken aangebracht om het dempingsgedrag van de vleugel te monitoren. Een in het vliegtuig aangebracht telemetriesysteem stelde het NLR in staat tijdens de testvlucht diverse parameters te controleren.
Andere belangrijke projecten waren o.a. separatieproeven van diverse ‘stores’, deze werden door het NLR per computer berekend, middels testvluchten afgeworpen en gefilmd met ‘highspeedcamera’s’, Samen met de opgenomen ‘flightdataparameters’ werd alles door het NLR op veiligheid enz. geevalueerd. Grote projecten waren ook proeven met lasergestuurde bommen, 275 US Gallon tanks (grote Jannen), DIAS (Direct Impact Analizing System), van JP-4 naar JP-8 brandstofsoort (prestatiemetingen), chaff/flaredispensers, sidewinder air to air raketten tot aan de assistentie van de landmacht bij de evaluatie van hun PRTLtank (Pantser Rups Tegen Vliegtuigen). Ook onderzoek van klachten, waaronder dragchuteproblemen werden met de highspeedcamera’s opgelost. Zelfs aan de veiligheid van Demovluchten heeft de K-3001 z’n steentje bijgedragen.

Met de ophanden staande komst van de F-16 werden geen grote projecten meer ondernomen en op 7 maart 1984 werd de allerlaatste testvlucht gemaakt.
Na 12½ jaar werd besloten de “Testgroep NF-5 K-3001” op te heffen. Op 12 april 1984 kwam het afscheid met de Luchtmachtstaf, technici, testvliegers en het NLR. Aan een uniek Koninklijke Luchtmachtproject was een einde gekomen.
Een perfect onderhouden vliegtuig met zo’n 750 vlieguren, waarvan ± 500 testuren, werd door de testgroep omgebouwd tot een ‘standaard NF-5’.
Op 17 september 1984 volgde de eerste “testvlucht” (acceptatievlucht) en op 22 oktober volgde de overdracht naar het 313 Squadron, waar het “testuiltje” nog een tijdje heeft ” geknipoogd”

Meer info over de K-3001 (KLIK HIER)

 

Foto’s


Bron: Willem Sesskink (Voormalig Testgroep-er)